
Rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II
Artikel 7
Indien een vraag die betrekking heeft op de uitlegging van de artikelen 1 tot en met 4 en 12 tot en met 16 van het in artikel 1 genoemde verdrag aan de orde komt in een zaak aanhangig voor een tot de rechterlijke macht behorend gerecht dan wel een administratieve rechter waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep en deze instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor haar uitspraak, is deze instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te wenden, voor zover bij die zaak leden of ambtenaren van de communautaire instellingen of uit hoofde van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen opgerichte organen betrokken zijn in de uitoefening van hun functies.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.